Topvrouw

Op de dag dat bekend wordt dat de helft van de nieuwe regering uit vrouwen bestaat, heb ik een gesprek met een vriendin. Ze is hier zes jaar geleden met gevaar voor eigen leven naar Nederland gevlucht. Ik leerde haar kennen in de trein, zij op weg naar Ter Apel om asiel aan te vragen, ik naar Emmen om een training te geven aan vrouwen in de thuiszorg. Ik hielp haar met het vinden van de bus in Emmen en leende mijn telefoon om haar moeder te bellen in het thuisland die nog niet wist dat ze veilig was aangekomen. Sindsdien zijn we vriendinnen. Ze is nu bijna afgestudeerd op hbo niveau. Ze spreekt goed Nederlands en wil nooit meer weg. Ze wordt benaderd door recruiters. Ze zal straks snel een baan hebben is de verwachting maar in welk bedrijf? De keuze is groot. Terecht, want ze is slim, grappig en keurig in de omgang.  Zelfs als ze op school weigeren met haar in een studiegroep te gaan omdat ze een “buitenlander”is. Of moslim. Al zeggen ze dat niet in haar gezicht. Ze geeft niet op, ze neemt intitiatief en weet mensen aan zich te binden en te inspireren. Ook het studiegroepje wat bestaat uit iedereen die niemand kon vinden. Kortom, ze geeft niet op, zoekt en vindt nieuwe wegen en heeft alles in zich om een topvrouw te worden. En ze kan wat. Ze leert goed en snel een vak. Dat wordt opgemerkt. Maar dat voelt soms ongemakkelijk, vertelt ze mij. Zo vertelde een recruiter dat ze haar hoofddoek beter af kan zetten want dan kan ze volgens de recruiter, sneller carrière maken, de leuke banen krijgen en aan de “top” komen. Ik zucht wanneer ze het mij vertelt. Ik denk dat het dezelfde bedrijven en organisaties zijn waar ik als jonge vrouw er goed verzorgd” moest uit zien. Dat wilde zeggen in strakke korte rokken, getailleerde diep uitgesneden blouse met jasje en op hoge hakken moest verschijnen bij vergaderingen. Met strak geföhnd kapsel en liefst een dure handtas. Strak in de make-up met nadruk op gestifte lippen en gepoederde neus. Terwijl ik mij dan net een call girl voelde en totaal geen topvrouw. Ik tuitte nog net mijn lippen niet voordat ik een slimme opmerking
probeerde te maken. Ze moet er om lachen als ik het haar vertel. Uiteindelijk heb ik mij er nooit wat van aangetrokken en gewoon aangetrokken waar ik zin in had of kon betalen, heb mijn haar vooral losgegooid. Het bracht mij bij interessantste organisaties en bedrijven. Ik kwam op de plekken waar “het” gebeurde. Veranderingen, innovaties of revoluties vonden er plaats. Dat was spannend en heeft mij geen windeieren gelegd. Schat”, zeg ik tegen mijn jonge knappe vriendin, “al die bedrijven en hun recruiters vallen dus af”.

Ik druk haar op het hart blij te zijn dat zij haar hoofddoek als selectie instrument kan gebruiken.  Want de bedrijven die haar adviseren zich anders te kleden, die bestaan over 20 jaar niet meer.. En zijn sowieso niet meer van deze tijd. Ze zou zich er na 2 maanden dood vervelen of doodongelukkig worden van alle reorganisaties die steeds moeten plaatsvinden omdat ze langzaam verdwijnen. Zoek de organisaties waar diversiteit in het jaarverslag een apart hoofdstuk heeft. Waar het in de visie en missie is opgenomen. En ik zweer je: je hebt er een toptijd en gaat dan pas echt genieten van veilig leren en leven als vrouw in het publieke deel van een open samenleving. Het leven wat ze zocht toen ze moest vluchten uit haar moederland en wat ze hier vermoedde, over droomde en deels al vindt.

Ze is een Nederlandse vrouw. Net als ik. We zijn er nog niet. Maar samen zijn we toch leuk op weg. Als topvrouwen onder elkaar.

 

Siska de Rijke