Ziel en zorg
Hoe hou jij contact met je ziel? De vraag van de vrouw op mijn werk, tijdens een korte pauze, verrast mij. Of de vrouw een patiënt of een collega is, laat ik even in het midden. Het doet in deze niet ter zake. Daarbij is het verschil tussen patiënten en collegae in de GGZ, waar ik nu werkzaam ben, flinterdun. Dagelijks vraag ik mij, na 3 jaar, nog steeds af wie er geestelijk in de war is en wie niet. De vrouw lijkt echt geïnteresseerd in mijn antwoord. Dus durf ik het te zeggen. “ Ik schrijf”, zeg ik. Zonder publicaties. Vroeger schreef ik veel voor vakbladen en vakbonden. Met passie en vuur. Mijn woorden kregen mensen in beweging, ontroerden en soms maakte ik mensen boos met mijn woorden. Ik schreef over de praktijk. Over de ziel van de zorg. De mensen. Verhaaltjes noemde ik ze. Ik was een soort Tommy 1.1. Maar de laatste jaren zoek ik de ziel niet meer buiten mij. En gebruik ik woorden enkel om mijn eigen geest en lichaam te kalmeren of gewoon te bestaan. De woorden die daarvoor nodig zijn vertrouw ik toe aan papier of uit ik in persoonlijke gesprekken met mensen waar ik me goed bij voel. Op die momenten ontmoet ik mijn ziel. Soms zet ik kleine kattebelletjes op sociale media, uit een oude gewoonte mijn woorden te delen. Maar echte noodzaak daartoe voel ik niet meer.
De vrouw knikt met een glimlach en zegt: “dat dacht ik al, ik wist enkel niet dat het schrijven was.”We zitten naast elkaar en kijken naar een grasveld omringd door groene bomen. Op stoeltjes gezeten heffen mensen hun gezicht naar de zon. Er wordt veel gerookt en weinig gesproken. En ik vraag haar:“Kijk, zie je het? In kreukels zit ook veel schoonheid”.
Ze knikt en ik weet dat ze het niet alleen ziet maar ook voelt en ben even zielsgelukkig.
Siska de Rijke





