De oorlogsschepen in havens van Lesbos
Op Lesbos verbleef ik in een klein appartement op het platteland. Ongeveer 8 kilometer van het vluchtelingenkamp vandaan. Ik kon de zee, en bij helder weer Turkije, zien vanaf mijn balkon. In de nacht hoorde ik de honden van de boeren blaffen tegen de wilde honden en omgekeerd. De wind was hard en raasde regelmatig ’s nachts om het huis. Dan vroeg ik me af hoe het zou zijn in het kamp. In de tenten en Iso boxen die onbeschermd staan op een boomloze rotsachtige landtong met de zee rondom. Met aan de poort grimmig kijkende politie en soldaten. Het is er veel beter dan in de tijd van Moria, verzekerden de mensen van het kamp mij. De anarchie lijkt weg al zijn de bewoners van het kamp nog steeds mensen met minder rechten dan andere mensen op het eiland. Ik dacht vaak aan de mensen in Afghanistan die minister Kaag daar heeft laten zitten en ontmoette degene die het wel was gelukt om weg te gaan en zitten opgesloten in tenten op onder andere Lesbos. Met totaal geen uitzicht om in Nederland een bestaan op te mogen bouwen. Zo ver het nieuw leiderschap van de progressief liberalen van Europa.
Ik heb verhalen gehoord over het geweld, de verkrachtingen, de wanhoop en pijn. Wanneer, deze veelal jonge, mensen eindelijk worden erkend als vluchteling dan mogen ze naar Athene om daar verder asiel aan te vragen in Europese landen. Bijna geen een land werkt daar echt aan mee. Alleen Duitsland heeft de deur open voor deze vergeten groep mensen die aan de randen van Europa opgesloten worden. Die hebben het begrepen, zegt mijn man als ik hem bel. Daar is over 15 jaar geen arbeidsmarktprobleem meer. In Frankrijk heeft Macron gewonnen maar de vraag is of de mensen in Europese vluchtelingenkampen beter af zijn onder hem of onder zijn rivaal Le Pen. In bijna iedere haven die ik heb gezien op Lesbos lagen oorlogsschepen. Tegen de avond voeren ze uit. Ze zorgen er voor dat de bootjes vol vluchtelingen vanuit Turkije Griekenland niet meer kunnen bereiken. Mensen worden “teruggeduwd”, een eufemisme voor laten verzuipen. Dit gebeurd met toestemming van Europa, inclusief Frans Timmermans. Die de hoop lijkt te moeten worden voor de sociale, progressieve en solidaire politiek in ons land. Ik begrijp wel waarom Ploumen iets anders gaat doen.
Ik ben met mensen op deze reis waarvan de helft wel in god gelooft en de andere helft niet. Ik neurie op Goede Vrijdag “wir setzen uns met tränen nieder” en kom tot de conclusie dat je laten kruisigen of een maand vasten niet leidt tot de wereldvrede en ik zondig en dik wil blijven.
Maar de ellende die we zien en horen schept gemeenschapszin in ons totaal verschillend
reisgezelschap. We slepen elkaar er doorheen. We duiden, praten en delen onze ervaringen en gedachten. Vaak is een blik genoeg.
Maar vraag ik mij ’s avonds af in mijn kamer: “wat doen we eraan?” Je doet tenminste wat appt mijn zoon, als ik mijn twijfel uitspreek. Het is fijn als moeder nog altijd wat heldenstatus te krijgen maar nee, eigenlijk doe ik niets anders dan kijken wat er gebeurd. Ik voel mij op deze reis vaak een decadent verwend leeghoofd.
Wellicht is dat noodzakelijk. Deze schaamte en machteloosheid te voelen. Opdat ik later niet kan zeggen dat ik het niet heb geweten. Ik heb het gezien en ben weer naar de plek kunnen gaan die ik thuis kan noemen. Ik wel. Er rest mij niets meer dan de verhalen te vertellen. Mijn scherpe tong te koesteren en te onderhouden en door mijn tranen heen te blijven vertellen.
Zoals Leo Vroman al schreef:
Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.
Siska de Rijke





