Zielig

Soms heb ik last van mijn ziel. Dan merk ik dat ik naast mijn hart, mijn ziel nodig heb om het allemaal vol te houden. Te beginnen met opstaan en daarna de maatschappij in te trekken. Dan voel ik mij best zielig. De beste remedie is dan iets met de ziel te doen. Mijn hart en ziel gaan zich op dit moment niet beter voelen van het werken in de zorg. Daarvoor is er te veel aan de hand. Maar ik voel mij daarom niet zielig. Mijn hart en ziel worden ook niet rustig van de gehele situatie in de samenleving op dit moment. Er wordt met afschuw gesproken over “de tweedeling”, met name in de horeca en sportschool. Terwijl ik die tweedeling al mijn hele leven zie. Namelijk de tweedeling tussen degene die het zich financieel kunnen veroorloven en degene die geen geld hebben voor uitgaan en sporten. Ik ken best veel mensen die de zwemles voor hun kinderen niet kunnen betalen. En dus helemaal niet boos zijn omdat ze niet mee het zwembad in mogen om het kind in de zwembroek te hijsen en zich daardoor buitengesloten en vooral zielig voelen. Maar daar heb ik nooit 1 horecaondernemer, zwemlesouder of horeca klant over horen klagen. Ik kan dus een hoop mensen op dit moment niet zielig vinden. Ik vind niet dat ik dan polariseer of geen oog heb voor de glijdende schaal. Ik denk alleen laat me met rust en voel dan de last van mijn ziel. Omdat ik met zoveel mensen die zichzelf zielig vinden moet leven waardoor ik mezelf toch zielig ga vinden. Op dat soort dagen trek ik er op uit. Op zoek naar balsem voor mijn ziel. Dus hopperdepop, doen wat wel kan en niet zeuren over wat niet kan. Zo kan je allemaal de kerk nog in. En die is er tenslotte voor ons zieleheil. Ik kom graag in de Onze Lieve Vrouwenkapel in Maastricht. Mijn verder goddeloze ziel komt er tot rust wanneer ik een kaarsje aansteek en het gebed lees waarin Maria als de grote moeder wordt gevraagd om bijstand en wordt bedankt voor haar lieve goede bescheiden zorgen aan iedereen die oud, ziek of eenzaam is. Of anderszins worstelt met het bestaan. Dit jaar kon ik drie kaarsjes aansteken omdat je tegenwoordig kan pinnen bij de kaarsenkast. Ik werd helemaal vrolijk van zoveel spiritueel theater in combinatie met ouderwetse Hollandse ondernemerszin. Zo kon ik mijn 50 eurocent muntje dat ik altijd in mijn zak heb voor het karretje bij de AH, in mijn zak houden. Maar ik heb het, bij het verlaten van de kapel, geschonken aan de oude vrouw die op haar rollator voor de deur zat en op luide toon en met onheilspellend rollende ogen, zwaaiend met haar collectebus van KWF, om geld vroeg voor “zielige kindertjes met kanker”. Ik heb wel aan haar gevraagd om de volgende keer niet meer te zeggen dat ze geld verzamelde voor “zielige” kinderen met kanker. Want kinderen met kanker zijn heel veel maar niet zielig. Ze keek me diep in de ogen, knikte even en beloofde mij het. Kijk, dat geeft mij nou hoop in deze donkere tijden. Zielig? De duivel is zielig. Maar wij niet.

Siska de Rijke