Moeder
Als vrouw in de zorg heb je met stereotiepen te maken.
As jonge vrouw/meisje was ik vaak een lekker ding en daarna was ik, toen ik een volwassen jonge vrouw werd, lang een lastige vrouw; tenminste als ik sommige mensen om mij heen moest geloven. Inmiddels heb ik gemerkt dat ik andere gevoelens oproep bij de mensen met wie ik werk. Tegenwoordig word ik namelijk regelmatig aangesproken op mijn moederlijke talenten.
Maar er is er maar 1 die mij moeder mag noemen.
En dat is mijn zoon. Ik kijk een beetje streng en klink wat kortaf wanneer ik dat zeg tegen de mensen die ik professioneel tegenkom en menen mij te kunnen aanspreken als moeder.
Ik ben niet de “moeder” van mijn studiegroepje omdat ik toevallig de leeftijd heb van hun moeders.
Net zo min als collega’s of patiënten bij mij kunnen rekenen op een begripvolle moeder aan wiens boezem zij mogen uithuilen, enkel omdat ik deze uitstraling heb in hun ogen.
Ik begrijp wel dat ik een moederlijk gevoel bij hun oproep nu ik een gezellige mollige rondborstige vrouw van middelbare leeftijd ben geworden met een warme glimlach die daarbij ook heel geloofwaardig overkomt als ze dingen zegt als “blijven ademen, schat, dat is het geheim” en naar wie men luistert als zij zegt: “hou je hoofd koel en je voeten droog.” Maar dat is, in mijn eigen ogen, onderdeel van mijn communicatiestijl en geen uiting van een groot zorgend talent
Gelukkig heb ik tijdens mijn studie Tronto ontdekt. Als ik vanuit deze theorie deze “moeder overdracht” bezie dan is het misschien wel een compliment wanneer ik moeder wordt genoemd. Zeker wanneer ik het verbind aan het archetype van de goede Moeder. Die staat voor bescherming, warmte, voeding en troost. En dan ga ik er maar vanuit dat men mij wil laten weten dat zij zich veilig en gezien voelen bij mij. Maar desalniettemin. Mijn zoon is de enige die mij Moeder mag noemen.




