Midden in de winternacht
De kleine man wiens vader al maanden vecht voor zijn land terwijl zijn moeder hier voor de kinderen zorgt, zit op mijn schoot. Ik zing “in de maneschijn” mee met de kinderliedjes op YouTube. Hij kijkt gebiologeerd naar de beelden en langzaam ontspant zijn kleine lijfje op mijn grote warme lijf. We hebben net over de grond gekropen en verstoppertje gespeeld. Ik damp er nog van na terwijl ik moeiteloos mee ga naar het volgende liedje: “ ik zag twee beren”. Dan vallen zijn oogjes dicht en valt hij in een diepe slaap. Als zijn moeder uit de taalles komt, gaan zijn oogjes even open en verschijnt er een grote gelukzalige glimlach op zijn gezichtje en dat van haar. Alles is goed. Even. We lachen om het woord “goeie” dat in het Russisch Dikke Lul betekent en als ik thuis kom kan ik mijn borstenman vertellen dat Siska in het Oekraïens tiet betekent. De moeder moet door. Alleen met haar kinderen. In een ver vreemd land. Eigenlijk te moe voor taallessen en te veel op haar hoede om te kunnen rusten, werken kan niet, er is geen betaalbare kinderopvang voor haar. Dat is in mijn dorp enkel voor koningskinderen goed geregeld.
In Turkije worden mensen opgepakt die de grote Leider onwelgevallig zijn. Ze moeten mensen achterlaten die in gevaar komen zodra hun gevluchte familieleden in het buitenland daarover klagen of zich bekend maken. Is iedereen veilig die je daar kent, vraag ik de moeder die met haar kinderen uit Turkije is gevlucht. Ja, gelukkig wel. Al zijn de meeste mensen die ze kent al lang weg uit het Turkije van Erdogan. Sinds haar kinderen naar school gaan is zij meer ontspannen en zie ik een glimp van de vrouw die ze ooit is geweest. Hoogopgeleid, hogere middenklasse, sociaal progressief, beschaafd en belezen. Ze vraagt om goede shampoo voor haar haar als ik vraag naar wat ze mist voor zichzelf. Nu ze mij een beetje kent, durft ze het wel te zeggen. Ik begrijp het. En ben blij dat ze durft te voelen dat ze haar eigen haar goede shampoo gunt. Nu nog kijken waar en hoe we die kunnen krijgen, voor weinig. Liefst voor niets. De weggeefwinkel in mijn dorp is enkel voor mensen uit Oekraïne.
In Syrië wonen de vader en moeder van de jongeman die nu al weken zijn eigen woordenboek maakt in een A4 kladboek. Hij leert ze allemaal uit zijn hoofd. En luistert naar filmpjes op YouTube voor de uitspraak. Hij wil dolgraag zijn studie afmaken. Het is inmiddels al 5 jaar geleden dat hij studeerde. Na een aantal jaren in de kampen in Turkije en Griekenland, mocht hij eindelijk naar Nederland maar liep vast in ter Apel. Hij kan pas starten met taalschool en inburgering als zijn aanvraag door de IND behandeld is.Zijn magere schouders zijn nog altijd opgetrokken, in zijn ogen herken ik de alertheid van mensen op de vlucht. Op vlucht voor oorlog maar ook als snel voor elkaar en voor zichzelf. De angst en weerzin van wat is gezien en ervaren, je leest het in zijn ogen en lijf.
Hij is sterk. Anders was hij hier niet maar ach, wat gun ik deze jongen, jonger dan mijn zoon, een drie dubbele dosis geluk. En vooral een snelle procedure, goede taalschool en plekje aan de Universiteit om zijn studie af te maken.
Zeg je moeder dat ze heel trots op jou kan zijn. Hij lacht als ik het zeg in het Nederlands én hij het begrijpt! Hij steekt zijn duim op en even zie ik de vrolijke serieuze zoon van een moeder ver weg.
Ik ben dankbaar en blij dat ik deze mensen heb mogen verwelkomen in mijn leven. Dat ik afgelopen jaar als vrijwilliger met hen heb mogen samenwerken.
Het maakt mijn leven rijker en intenser. En bij deze mensen voel ik mij thuis. Vertrouwd en veilig.
Ik weet niet precies waarom. Maar1 ding weet ik wel: Dit zijn geen slachtoffers maar overlevers. En wat hou ik van het leven in al zijn wrede schoonheid.
Misschien is dat het wel. De schoonheid van menselijkheid. Die ik nu vind in mijn vrijwilligers werk en altijd het belangrijkste was dat ik zocht in mijn werk als verpleegkundige. Dat samen zien en voelen; mens zijn.
Midden in alle absurditeit van het bestaan, de zinloosheid dát vinden waar bijvoorbeeld Camus zo mooi over schreef. Als er eigen kracht bestaat dan moet het zoiets zijn..
Daar denk ik over na zo aan het eind van het jaar 2022.
En dan moet het nog Kerstmis worden!
Lieve mensen. Het komt vast goed.
Tot volgend jaar!
Siska de Rijke






